Arbeidsdeskundig onderzoek: sociale angst, psychose en zelfmedicatie – 2 bijna identieke casussen met 2 verschillende uitwerkingen

Afgelopen vrijdag 15 november, 2 arbeidsdeskundig onderzoeken. 2 jonge mannen met dezelfde klachten, langdurige psychiatrische problematiek, angststoornissen, beiden hebben een suïcidepoging op hun 26e ondernomen en beiden hebben een opname in een GGZ instelling achter de rug. Stom toeval, 1992 is van beiden het geboortejaar. Dan ben je nu 27. Wat een overeenkomsten, wat bijzonder, op dezelfde dag.

Beiden hebben te kampen met de gevolgen van hun problematiek. Allebei wonen ze weer thuis nadat ze hun eigen woning zijn kwijtgeraakt, ze hebben weinig sociale contacten, allebei zijn ze somber en hebben ze weinig toekomstperspectief. Dat is ook angst, niet verder durven denken dan de dag van morgen.

De eerste jongeman, Mo, kan me niet aankijken, hij is zo gespannen dat hij klappertandend op de bank zit. Hij kijkt van me weg en legt zijn handen steeds over zijn gezicht. Wel heel dapper van hem dat hij me wilde ontvangen bij zijn vader thuis. We praten over het werk dat hij deed. Hij was automonteur in hart en nieren. Deed zijn werk met veel plezier, maar voelde zich gepest bij de werkgever. Hij kreeg een motorongeluk, verbrijzelde zijn enkel en kwam als klap op de vuurpijl in een psychose. Zijn huisarts vindt dat hij eerst aan zijn fysieke problemen moet werken, hij heeft nog problemen met de enkel die niet goed genezen is, hij heeft buikklachten, er is nog geen psycholoog aan te pas gekomen in de afgelopen anderhalf jaar. Eenmaal per week komt hij een half uur buiten aan de hand van zijn vader. Behandelaars komen hem thuis opzoeken. Na een minuut of dertig krijgt hij het moeilijk. Zijn ogen draaien weg, hij kan zich niet meer op ons gesprek concentreren. Ik neem nog even de informatie van de bedrijfsarts door. De bedrijfsarts geeft aan dat er geen adequate behandeling is, de ‘vermijdende copingstijl’ die ik vaker tegenkom, in combinatie met een huisarts die hem maar niet doorverwijst. Activeren, beschutte omgeving, arbeidsmogelijkheden onderzoeken. Hij moet eigenlijk eerst zijn huis uit kunnen. De huisarts laten aanspreken door de bedrijfsarts, desnoods zelf een interventie optuigen. Meer zit er niet in. Na drie kwartier heb ik hem bedankt voor zijn openheid. Hij weet tot op de dag van vandaag niet hoe ik eruit zie.

Nummer 2, jongeman Brian. Zweet, heeft allerlei nerveuze trekjes, veegt constant zijn handen aan zijn broek af. Komt net thuis van therapie. Hij zit tegen een paniekaanval aan door mijn bezoek. Drie keer per week komt Brian bij de psychiater en psycholoog, hij volgt allerlei therapieën, gebruikt medicatie (waar hij dolgraag op termijn mee wil stoppen), maar gaat ook drie avonden per week naar een zelfhulpgroep voor drugsverslaafden. Trots vertelt hij dat hij 113 dagen clean is. We praten over maskers, over zelfmedicatie, drugsgebruik vanaf zijn twaalfde om de wereld tegemoet te kunnen treden, zijn overdosis, de allesoverheersende angst die hem jarenlang binnen hield. Zijn moeder die zich vreselijk schuldig voelt. Ik zie dat hij zich een beetje openstelt en ontspant. Als we het hebben over zijn eigen werk begint hij te stralen. Hij was vrachtwagenchauffeur, internationaal, maar de zelfmedicatie met drugs hebben hem van de auto gehaald. Achteraf heeft hij zelf veel last van schuldgevoel. Ik stel hem gerust, er is nooit iets gebeurd, gelukkig. Het gebeurt je nu niet meer, toch? Hij werkte als logistiek medewerker en ook dat was eigenlijk best heel leuk werk. Nu zit hij anderhalf jaar zonder werk. Hij is begonnen met vrijwilligerswerk. Iedere woensdag op een schooltuinencomplex. Hij moet al onderweg er naar toe vreselijk overgeven van angst, maar hij gaat, iedere week weer. Niet om onder de mensen te zijn, maar wel buiten, fysiek bezig, zich nuttig maken. Hij vraagt met natte ogen wat ik van zijn situatie vind. Wat een dappere jongen, zo goed bezig. Hij komt er wel. Nog even doorzetten, wat meer tijd voor herstel. Even niet de focus op activeren in werk, maar vasthouden wat je nu doet. Wat een stappen heeft ie al gezet.

Soms zou ik wel eens in de tijd vooruit willen kijken. Ik kan niet iedereen volgen na mijn arbeidsdeskundig onderzoek, maar sommigen blijven je bij. Zoals deze 2 jongens. Ik hoop dat Mo hulp krijgt, die heeft nog zoveel om voor beter te worden. Ik hoop dat Brian nog een paar flinke stappen gaat zetten. Beiden zullen eindigen in een WGA-toekenning, het moet toch gek lopen als ze geen vangnet krijgen over een paar maanden. Maar soms, soms zou ik wel eens een jaar vooruit in de tijd willen kijken. Wat kun je soms prachtige pareltjes tegenkomen in je werk. Ik heb echt een prachtig vak gekozen!

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *